Novo Nordisk A/S Novo Nordisk Pharma  Novo Nordisk Pharma
 
Zoeken
 Zoeken
Verstuur naar een vriend(in)Afdrukken

Te klein geboren kinderen voor de duur van de zwangerschap


Een baby die lichter en/of kleiner wordt geboren dan hij zou moeten zijn voor de zwangerschapsduur, wordt vaak een SGA-baby of een baby met een laag geboortegewicht genoemd. Soms hoor je ook over baby’s met een intra-uteriene groeiachterstand, wat vaak wordt afgekort tot IUGR. Dit betekent dat ze niet naar behoren zijn gegroeid in de baarmoeder.


Ongeveer 5% van alle pasgeborenen zijn te klein voor de zwangerschapsduur (small for gestational age of SGA) met een geboortelengte en/of -gewicht onder de normale waarden. Het exacte gewicht van baby’s die te klein worden beschouwd voor de zwangerschapsduur variëert naargelang het aantal weken dat de zwangerschap heeft geduurd. Bij voldragen baby’s betekent dit gewoonlijk een gewicht van minder dan 2600 gram en/of een lengte van minder dan 47 cm.

Hoewel de meeste SGA-kinderen tegen de leeftijd van twee jaar spontaan een lengte bereiken die binnen de normale waarden ligt, zijn er toch nog 10% die geen inhaalgroei kennen en dat aantal kan zelfs groter zijn in ernstigere gevallen.

                                                                                  Patrick Moll, Duitsland

Er zijn heel wat redenen waarom sommige baby’s te klein worden geboren en het is vaak moeilijk om de precieze reden te vinden waarom een SGA-baby wordt geboren. Om een normale groei van de foetus in de baarmoeder te krijgen, moeten de moeder, de foetus en de voedingslink tussen hen (de placenta) gezond zijn. Een storing bij één van deze elementen kan de groei van de foetus aantasten. In sommige gevallen kunnen dokters een erfelijk verband vaststellen bij te kleine pasgeborenen.


Kinderen die te klein zijn voor de zwangerschapsduur zijn niet ziek, maar krijgen toch met bepaalde problemen te kampen. Sommige daarvan kunnen vanzelf weer goedkomen en andere kunnen voor de rest van hun leven medische aandacht vereisen. Het duidelijkste kenmerk van SGA-baby’s is dat ze veel lichter en kleiner zijn dan de meeste andere baby’s. Andere kenmerken van SGA-kinderen zijn :


Eetproblemen. Soms valt het op dat de SGA- baby niet veel eet, vergeleken met andere baby’s. Dit kan zich doorzetten naarmate het kind ouder wordt. Een gebrekkige eetlust kan bijdragen tot een trage groei en het kind kan heel mager zijn en een gebrekkige spierontwikkeling vertonen.


Stofwisselingsstoornissen. SGA-kinderen hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van bepaalde stofwisselingsstoornissen naarmate ze opgroeien. Deze omvatten problemen met de afbraak van glucose, hoge bloeddruk en hoger vetgehalte, die kunnen leiden tot diabetes en zwaarlijvigheid op latere leeftijd. Om die redenen is het belangrijk om het gewicht en de voeding van het kind goed in de gaten te houden.


Leerproblemen. SGA-kinderen ervaren sneller leermoeilijkheden en zijn soms onhandig en hyperactief.


Hoor- en spraakproblemen. Omdat de buis die van de oren naar de achterkant van de mond loopt bij SGA-baby’s kleiner is, kan ze makkelijk verstopt raken wanneer het kind een verkoudheid of een keelontsteking oploopt. Deze oorinfecties kunnen pijnlijk zijn en als ze niet verdwijnen, kunnen ze hoorproblemen veroorzaken.


SGA-kinderen hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van diabetes type 2, hypertensie en cardiovasculaire aandoeningen op relatief jonge leeftijd.


Een behandeling met groeihormoon in een vroeg stadium bij SGA-kinderen met blijvende kleine gestalte stimuleert de inhaalgroei en leidt tot een normalisatie van de lengte.